Abel onderweg: leven en reizen

vooraf: het onderdeel burgerlijke gegevens en afkomst is nog steeds in onderzoek, t.z.t. hier meer gegevens

Abel Janszoon Tasman (1603-1659) werd geboren in Lutjegast, een klein dorp in het zuidwestelijk deel van de provincie Groningen, 'het zuidelijk Westerkwartier'. De exacte geboortedag van Tasman is tot op heden niet bekend: waarschijnlijk zijn ofwel bij brand en-of bij verbouwingen in de NH-kerk te Lutjegast bepaalde oude archieven verloren gegaan. Nijvere onderzoekers zijn er nog niet in geslaagd meer te achterhalen uit VOC-archieven. Doordat in latere documenten zijn leeftijd en geboorteplaats werden gevonden, is door terugrekening vastgesteld dat hij geboren moet zijn in het jaar 1603. Ook Tasman's sterfdag is niet precies bekend, maar op basis van wel bekende gegevens is vastgesteld dat dit in het jaar 1659 is geweest (Java, Indonesie). In het huidige Indonesie zijn gegevens over Nederlands koloniaal verleden schaars te krijgen: zo is (nog) niet bekend waar Tasman is begraven.

Uit Amsterdamse archieven blijkt dat hij in 1632 trouwde met Jannetje Tjaers. Hij was toen al weduwnaar van Claesgen Heyndrix en had uit dit huwelijk een dochter, eveneens Claesgen genoemd.

De VOC

Abel Tasman vertrok in 1633 vanuit Amsterdam in dienst van de Verenigde Oostindische Compagnie (de 'VOC') naar Azië. De VOC (1602-1800) was een van de grootste handelsmaatschappijen in de wereld en had een zeer machtige vloot. De naam 'Abel Tasman' duikt voor het eerst op in nu nog bestaande VOC-archieven toen hij in 1634 als eerste stuurman dienst deed op het fluitschip 'Weesp'.

De eerste jaren van Abel Tasman als leidinggevende

Al spoedig na zijn benoeming tot eerste stuurman werd hij schipper op het jacht 'Mocha' waarmee o.a. naar veiliger routes bij de Indonesische eilanden (Ambon) werd gezocht. Ook werden deze routes nauwkeurig in kaart gebracht. Tasman zou in Azië nog veel van dit soort opdrachten krijgen. Het schip 'Mocha' werd eveneens gebruikt als patrouilleschip ter bescherming van de koloniale handel, o.a. in specerijen, waarbij 'zonodig' ook strafexpedities tegen dwarsliggende inlandse hoofden werden uitgevoerd.

Op 1 augustus 1637 arriveerde Tasman met het retourschip 'Banda' weer in Amsterdam. Daar hij pas in april 1638 weer naar Batavia vertrok, is het heel goed mogelijk dat hij in de tussenliggende periode nog een bezoek aan Lutjegast heeft gebracht. Zijn volgende contract met de VOC duurde langer dan zijn eerste dienstperiode. Omdat hij zijn vrouw wenste mee te nemen moest hij voor tien jaar tekenen.

zwart-wit tekening schipBehalve de handel in specerijen had de VOC er ook veel belang bij om edelmetalen te vergaren voor diverse handelsdoeleinden. Hiertoe vertrokken Matthijs Hendricksz. Quast en Abel Jansz. Tasman in 1639 met twee schepen richting Japan en de Filippijnen voor een verkenningsreis. Hoofddoel was het zoeken naar de (volgens geruchten bestaande) goud- en zilvereilanden. (het buit maken van een Spaans zilverschip was overigens bij de VOC ook altijd toegestaan: oorlog met Spanje was er toch al en Piet Hein had een aantrekkelijk voorbeeld nagelaten door het veroveren van een Spaanse zilvervloot).

Een ander doel van onderzoek voor deze expeditie van 1639 betrof de kusten van China, Korea en Siberië. Al met al nogal gevaarlijke opdrachten doordat diverse landen voortdurend op voet van oorlog met elkaar stonden. Daarbij werd vanwege de keiharde onderlinge concurrentie geen middel geschuwd om de handelsbelangen voor het eigen vaderland zo goed mogelijk te behartigen. Bovendien zette de VOC bepaald niet de beste schepen in voor verkenningstochten. Slecht weer, ziekte en veel sterfgevallen onder de bemanning zorgden er verder voor dat deze expeditie van Tasman in elk geval geen goud en zilver opleverde, maar wel veel meer kennis omtrent diverse eilanden en kusten in de Stille oceaan.

In 1640 werd Tasman belast met het commando over vier schepen voor een tocht met koopwaar naar Formosa (het huidige Taiwan) en vervolgens met een lading geschenken naar de keizer van Japan. Na allerlei perikelen in Japan, Cambodja en Formosa (oorlogspartners en vredesverdragen wisselden veelvuldig) arriveerde Tasman pas in november 1641 weer in Batavia. Ondanks een aantal zeer zware stormen, langdurige scheepsreparaties en varend met een schip waarvan alleen enig noodtuig werkte, was hij toch voor de zoveelste keer weer behouden aangekomen. Curieus is het feit dat de twee schepen die het zwaar beschadigde schip van Tasman moesten begeleiden tijdens de reis van Formosa naar Batavia, de zware stormen op dit laatste traject niet hebben overleefd zodat Tasman alleen in Batavia arriveerde. Abel Tasman, deskundig zeevaarder of geluksvogel?

Internationaal gebruikte kaart van de 2 belangrijkste reizen van Abel Tasman: 1642/1643 en 1644

kaart 2 reizen 1642-1644> 
</font></B></FONT><FONT FACE=

De reis van 1642-1643 liep via de volgende plaatsen: Batavia (Java) - eiland Mauritius - Tasmanië ("Anthony Van Diemens Land") - NieuwZeeland ("Staete Landt")- Tonga Archipel - Fiji eilanden - Salomonseilanden - Nieuw-Guinea - Batavia (Java).

De reis van 1644 liep via: Batavia (Java) - noordkust Australië (NieuwHolland) - NieuwGuinea - Batavia (Java).

De ontdekking van Tasmanië en Nieuw-Zeeland (zie bijgaande kaart)

 

Aan de expeditie van 1642/1643 dankt Abel Tasman zijn bekendheid. Als commandeur van de Raad (leiding van de schepen) voerde hij het commando over twee schepen: het jacht 'Heemskerck' en het fluitschip 'Zeehaen'. De koersberekeningen waren vooraf en ook aan boord gemaakt door de zeer ervaren cartograaf Franchoys Jacobsz. Visscher, eerste stuurman. Als adviseur van Anthony van Diemen, de Gouverneur-Generaal in Batavia, had hij ook mede de plannen opgesteld voor de verkenning van het onbekende 'Zuidland' (gebied Nieuw-Guinea / Australië) waarachter men een zeer groot continent vermoedde. Van de bemanning moet ook zeker worden genoemd de handelsman Isaac Gilsemans, die als tekenaar de ontdekkingen van deze reis heeft uitgebeeld.

De expeditie had als hoofddoel een mogelijk oostelijke doorvaart naar Zuid-Amerika (Chili) te verkennen, o.a. vanwege de grote belangstelling voor het Spaanse zilver aldaar. De VOC-instructie was om eerst naar het zuidwestelijk van Batavia gelegen Mauritius te zeilen met goederen van de Compagnie. Daar zou de bemanning goed te eten en drinken moeten krijgen (maximaal 16 dagen) en verder zou het schip voldoende water, brandhout en levensmiddelen aan boord moeten nemen voor een hele lange reis. In Mauritius bleken er diverse gebreken aan de schepen te bestaan zodat het verblijf langer duurde dan gepland. Van de gouverneur van Mauritius (Fort Frederik Hendrik) kreeg Tasman extra (Portugese) zeekaarten mee. Ook werd hij voorzien van woordenlijsten van een gebied rond Nieuw-Guinea en de Salomonseilanden.

zwart-wit tekening 2 schepen

Vanaf Mauritius liet de VOC-instructie twee mogelijke routes voor het vervolg van de reis aan de deskundigheid van de schipper over. De ene optie betrof een route via de noordkust van het Zuidland (Australië) om van daaruit in oostelijke richting een geschikte (zo kort en veilig mogelijke) doorvaart naar Zuid-Amerika te vinden. Daar men bij de Compagnie nog niet bekend was met de doorvaart tussen Australië en Nieuw-Guinea, had echter een andere optie de voorkeur. Deze optie betrof een zeer zuidelijke route naar het oosten. Onbekendheid met de grootte en ligging van het 'Zuidland' , waren de reden dat de route naar het oosten via een zo zuidelijke breedtegraad was gepland: men hield er rekening mee dat een reusachtig continent zou moeten worden omzeild.

Na het vertrek uit Mauritius werden de weersomstandigheden in de geplande zuidelijke richting echter steeds slechter. Mist en stormen deden de expeditie besluiten niet verder zuidwaarts te varen en verder een oostelijke koers aan te houden. De reis werd dus voortgezet via een iets noordelijker route dan de VOC-instructie aangaf. Deze beslissing door de Raad van de twee schepen is achteraf bezien wellicht het behoud van de schepen geweest, gezien de verschrikkelijke weersomstandigheden die er bij de zuidelijke Antartica kunnen heersen. De routewijziging leidde er tevens toe dat onwetend maar onvermijdelijk werd aangekoerst op nieuw land.

postzegel Tasmanië

24 november 1642 doemden bergen aan de horizon op. Het leek een ontdekking van belang en het land werd genoemd naar de Gouverneur-Generaal van de VOC en opdrachtgever voor de expeditie, 'Van Diemensland'. Later is de naam -op verzoek van de bewoners- gewijzigd in Tasmanië. Op 1 december ging men aan land en er werden sporen van menselijke aanwezigheid gevonden, maar de bewoners lieten zich niet zien. De scheepstimmerman plantte nog een vlag op het land. Op 5 december zeilden de schepen verder. Vanwege de sterke tegenwind kon de kustlijn echter niet in noordwestelijke richting worden gevolgd en besloten werd het land niet verder te verkennen en de oostelijke zeeroute te blijven volgen.

postzegel Nieuw-ZeelandNa 9 dagen was er opnieuw land in zicht, het zuidelijk eiland van het huidige Nieuw-Zeeland. Men noemde dit Stateneiland (onterecht werd een link gelegd met het al eerder door Brouwer en leMaire ontdekte Stateneiland bij Zuid-Amerika). Deze keer probeerde de bemanning van de Tasmanexpeditie wel contact te leggen met de inwoners (de Maori's). Een sloep van de Zeehaen voer richting kust. Het bespelen van de trompet door een zeeman werd door de Maori's echter vertaald in een regelrechte oorlogsverklaring. Dit resulteerde in een aanval met Maori-bootjes op een Nederlandse sloep, waarbij drie Nederlanders werden gedood en de scheepsartillerie eraan te pas kwam om de overige Maori-boten op afstand te houden.

Verder noordoostwaarts varend langs de kust werd een landopening naar het oosten ontdekt. De sterke wind uit het noordoosten en de zware stroming maakten het op dat moment echter op dat moment onmogelijk de opening nader te verkennen. Men voer dus maar gewoon verder langs de kust en het bleef op dat moment onontdekt of dit een doorgang was naar de Stille oceaan, hoewel de vermoedens wel aanwezig waren. De ontdekkingsreiziger James Cook maakte 100 jaar later Tasman's werk af: het bleek hier te gaan om de waterscheiding tussen het Noorder- en Zuidereiland van Nieuw-Zeeland die is Cook Strait genoemd.

postzegel Driekoningen-eiland

Verder zeilend langs de kust werd de noordkaap van Nieuw-Zeeland gepasseerd en op 4 januari 1643 ontdekte men noordelijk hiervan een bewoond eiland. Hiervan is een tekening bewaard gebleven waarop enkele eilandbewoners zijn afgebeeld. Enkele zeelieden gingen aan land op zoek naar water. Op 6 januari voer men verder van het eiland dat 'Driekoningeneiland' was genoemd. Na de vijandige ervaringen met de Maori's was er geen behoefte meer aan contact met de bewoners.

postzegel Tonga-eilanden

Op 8 januari zagen de schepen oostelijk open zee met een sterke zuidoostelijke stroming: dit was mogelijk de doorgang naar Chili en daarmee zouden Tasman en de zijnen aan het hoofddoel van de expeditie hebben voldaan en kon de terugtocht naar Batavia aanvangen. De terugreis voerde langs de Tonga Archipel, waar vriendschappelijke contacten met de eilandbewoners ontstonden. Uit de aantekeningen van Tasman blijkt echter ook dat hij in zich eerste instantie zeer verbaasde over de uiterst toenaderende houding van met name het vrouwelijk deel van de bevolking.

postzegel Fiji-eilanden

Ook de Fiji-eilanden werden beschreven, maar de expeditie ging niet aan land daar het teveel tijd kostte om een geschikte ankerplaats te vinden. Vanaf de Fiji-eilanden werd een noordwestelijke koers aangehouden. Hoe meer het seizoen vorderde hoe slechter het weer zou kunnen en de bedoeling was inmiddels wel om zo snel mogelijk weer in Batavia terug te komen.

postzegel Samoa

Via Samoa en de Salomonseilanden werd vervolgens geprobeerd terecht te komen op de al eerder gezeilde route van leMaire. Langs de noordkust van Nieuw-Guinea en de Molukken arriveerde de Tasmanexpeditie na 10 maanden weer in Batavia.

Ondanks de interessante nieuwe ontdekkingen, de succesvol verlopen reis en de behouden aankomst was de Hoge Regering in Batavia nog niet geheel tevreden. Er was te weinig onderzoek gedaan naar kustlijnen, inhammen, doorvaarten en handelsmogelijkheden.

1644, het vervolg van de ontdekkingsreis van 1642/1643

In 1644 werden Tasman en Visscher opnieuw met een expeditie belast. In wezen was dit een verdere uitwerking van hun vorige reis: het zoeken naar de passage tussen Nieuw Guinea en Australië, met daaraan gekoppeld nog enige kleinere opdrachten zoals het zoeken naar een zilverkist.

Tasman kreeg onder zijn hoede de jachten 'Limmen' en 'Zeemeeuw' en een klein galjoot 'de Bracq'. Met de toevoeging van dit kleine scheepje werd een manco van de vorige expeditie opgeheven: met dit beter wendbare schip zou kustonderzoek een stuk eenvoudiger worden. Van deze reis is echter alleen cartografisch materiaal overgebleven waardoor nu niet veel meer bekend is dan de route die Tasman heeft gevaren. Evenals enkele voorgangers zag Tasman de Torresstraat (de zeeopening tussen Nieuw-Guinea en Australië) aan voor een diepe inham zodat bij de VOC nog enige tijd onzekerheid bleef bestaan of er inderdaad een doorgang tussen deze twee landen was.

De latere jaren van Abel Tasman

Ondanks enige kritiek werd Tasman door de Hoge Regering beloond: zijn aanstelling als schipper-commandeur werd met 3 jaar verlengd, zijn gage werd verhoogd van 80 tot 100 gulden per maand en hij werd benoemd tot surnumerair lid van de Raad van Justitie, het hoogste gerechtshof van de Compagnie in Azië, met als speciale taak de controle van ingediende scheepsjournalen. Dit betekende voor Tasman erkenning als de grote navigatie-expert van de Compagnie in Azië.

tekening zeeslag

In 1648 kreeg Tasman de leiding over een militaire expeditie van 8 schepen met een bemanning van totaal 1150 zeelieden en soldaten. Spaanse zilverschepen komend uit Mexico moesten worden overmeesterd en vervolgens zou de koning van Siam worden geassisteerd bij zijn oorlogen. Dit had opnieuw de nodige roem voor Tasman kunnen brengen maar het verliep anders. Er werd een Spaans schip tot zinken gebracht zonder dat de lading behouden werd en er werd ook geen zilver buitgemaakt. Verder had de koning van Siam inmiddels afgezien van verdere oorlogsplannen en had de Nederlanders met hun militaire uitrusting niet meer nodig. Wellicht uit onvrede en gebrek aan succes werd er door de Tasmanexpeditie langs de Filippijnse kust stevig geplunderd.

Hoewel de benoeming van Tasman als leidinggevende over bovengenoemde expeditie het toppunt van zijn maatschappelijke carrière bij de VOC betekende, was dit tevens het begin van een grote terugslag in zijn staat van dienst. De verwachtingen van zijn superieuren waren niet beantwoord. Daarnaast raakte Tasman nog meer uit de gratie door een ernstig incident met een van zijn matrozen. Deze was in een driftige bui door Tasman opgehangen en werd pas op het laatste moment weer losgemaakt. Na een tijdelijke maatschappelijke degradatie werd Tasman echter weer in functie en rang hersteld. Toch was zijn reputatie in Batavia door diverse aangelegenheden aangetast waardoor hij ook in onmin raakte met kerkelijke autoriteiten.

Tasman bleef de laatste jaren van zijn leven in Batavia wonen en voer met een klein handelsschip langs de kusten van het eiland Java, waarbij hij zich o.a. bezighield met veevervoer, met name koeien. Wellicht kwam het oude boerenbloed weer boven? Waarschijnlijk had Tasman in Batavia een aardig grondbezit en kon daardoor in enige welstand leven. Veel is er echter niet over deze periode bekend.

Abel Janszoon Tasman overleed in oktober l659 in Batavia (het huidige Jakarta op het eiland Java in Indonesië). In zijn testamen lezen we hoe zijn erfenis wordt verdeeld tussen zijn tweede vrouw Jannetje Tjaers en de kinderen van zijn dochter Claesgen uit zijn eerste huwelijk. Maar zijn geboortedorp is hij niet vergeten: als eerste onderdeel van zijn nalatenschap wordt een geldbedrag bestemd voor de armen van Lutjegast.