BIJZONDERE VOORWERPEN UIT HET ABEL TASMAN KABINET IN HET JAAR 2000:

OPGEDOKEN UIT WRAKKEN VAN VOC-SCHEPEN, VERGAAN BIJ HET EILAND TEXEL

MET DANK AAN C.J. EELMAN, MARITIEM ONDERZOEKER, OUDESCHILD, TEXEL

 

1. Mosterdpot + lepel, tin (hoogte ca. 14 cm), ca. 1640. Uit het wrak van het VOC-schip "de Rob", vergaan in 1640 bij de oostkust van het eiland Texel.

2. Kalkpijpje met lange steel, ca. 1625 (gerestaureerd). Afkomstig uit de zee nabij de Afsluitdijk.

De volgende voorwerpen komen uit het VOC-schip de Lelie, vergaan in 1654 bij de oostkust van het eiland Texel, de beroemde "Rede van Texel", verzamelplaats voor het begin van de lange reis naar Oost-Indië. De grotere VOC-schepen konden de havens van b.v. Amsterdam niet bereiken. Met kleinere schepen voer men uit andere havens binnen Nederland naar Texel.

3. Koperen tabaksdoos 'nobel', zicht op Gouda ("der Gov"). Op de ene kant is de stad Gouda afgebeeld. Op de andere kant staan drankglazen en een pijp, tekenen van het goede "nobele" leven. Op de zijkant enige versieringen. (op een andere oude afbeelding van Gouda uit 1600 is hetzelfde stadsgezicht te zien; er was toen echter nog 1 toren minder)

4. Koperen tabaksdoos "Esta tu", zicht op paleis op de Dam. De zijkanten (van blik) zijn vernieuwd: oorspronkelijk was het middendeel ook van ander materiaal dan koper, maar dit materiaal was grotendeels vergaan. Op de ene kant staat het paleis op de Dam afgebeeld. Curieus: het paleis was nog in aanbouw toen het schip verging (1654) want het paleis werd pas in 1656 opgeleverd. De andere kant van de tabaksdoos laat 2 muzikanten zien: een nar die een soort tamboerijn bespeelt en een engeltje of kind dat een ander instrument bespeelt.

5. Gesp, zilver, met Amsterdams zilvermerk.

6. Gesp, tin. Deze gespen werden voor zover bekend op schoenen gedragen (waar nu veters zitten). Voor een duidelijker foto van de gespen, klik onderaan de pagina op "gebreide kousen".

7. Heft van scheermes. Er zitten nog enkele restanten van het snijmes in. Zie de overeenkomst met het zogenaamde 'stanleymes'.

8. Kam (gemaakt van walvisbalein). Robben en walvissen hebben vaak lange haren (snorren) rond de bek, "baleinen" genoemd.

9. Tinnen lepels met merkje.

10. Messing lepel (verzilverd) met merkje en versierd uiteinde. Dit is een heel bijzonder exemplaar.

11. Mesheft, fraai bewerkt houten heft. Meestal wordt van messen alleen het houten heft gevonden en is het snijgedeelte vergaan. Dit is ook hier het geval. Het lemmet is achteraf toegevoegd en dateert uit latere tijden.

12. Wetsteen. Wetstenen (voor het scherp maken van b.v. messen) worden nog vrij regelmatig opgedoken, onaangetast door het zeewater.

13. Lederen omslag klein boekje (ca. 6x4x2 cm) *I.C*. Dit zeer dunne houten omslag is met leer bekleed en heeft nog restanten van een zilveren slotje. Op beide zijden is dezelfde afbeelding te zien van vrouwe Fortuna (geluksgodin). Er is niets meer over van de inhoud van het boekje; misschien was het een prentenboekje of bevatte het belangrijke teksten.

14. Pennenmes t.b.v. ganzenveren. Alleen het handvat is er nog: dit is gemaakt van been. In de opening heeft vroeger een mesje gezeten waarmee de ganzenveren werden geslepen. De puntige kant werd gebruikt om inktresten te verwijderen uit de schrijfpunt van de ganzenveer.

15. Bruin aardewerk kruikje met 2 oren (hoogte ca. 12 cm). Door de oren van de kruik hing een touw waarmee de kruik als een soort veldfles werd meegedragen. Dit is een bijzonder sterk kruikje.

16. Dobbelsteen (been), tolmodel. Deze zeskantige dobbelsteen werd gewoon als een tol rondgedraaid en viel dan op 1 van de zijkanten waar ogen (1 - 6) in zijn gegraveerd op dezelfde wijze als de huidige dobbelstenen. In een van de boeken over de VOC in het Abel Tasman Kabinet is te lezen dat dobbelen aan boord ten strengste was verboden. Aha, de bemanning van de Lelie is dus 350 jaar na hun overtreding alsnog betrapt .....

Jacobsstaf *A.C* (maker: Abraham Cabeljou) gegraveerd: 1653.

Dit exemplaar (donker hout - midden foto) is een van de oudste ter wereld en kwam dan ook niet helemaal compleet boven water: de dwarslatten zijn nieuw aangebracht. Dit instrument was in de tijd van Abel Tasman een zeer belangrijk navigatie-hulpmiddel ter bepaling van de geografische breedtegraad (middaguur), o.a. met behulp van de zon.

De bovenste jacobsstaf (gerestaureerd) en het cardanisch opgehangen scheepskompas dateren uit eind 1700 en zijn permanent in het Abel Tasman Kabinet te bezichtigen (bruikleen Noordelijk Scheepvaartmuseum Groningen).

 

Munten van West-Friesland (Noord-Holland). Deze munten zijn behoorlijk afgesleten door het zeewater. Destijds hadden de meeste gewesten hun eigen munten. Op sommige munten staan lelies afgebeeld: dit heeft echter niets met de naam van het schip (de Lelie) te maken.(?) Er werden destijds diverse bloemennamen gebruikt voor de verschillende munten.
(klik hier voor een link naar meer informatie over West-Friese munten).

Aardewerk kruik (hoogte ca. 34 cm). Deze kruik bevat binnenin geen glazuur waardoor het water door de wanden dringt en gaat verdampen. Hierbij wordt warmte aan de omgeving onttrokken zodat het water koeler blijft. Er zijn ook kruiken gevonden met een geglazuurde binnenwand: deze werden vaak gebruikt als wijnkruik.

 

In de 17e eeuw stond het beroep "bryder" in hoog aanzien. Breien werd als "kunstvorm" door mannen gedaan en de Nederlandse breikunst stond in hoog aanzien. Bekend is dat er Nederlandse "bryders" aan het Deense hof verkeerden om het koningshuis daar van kunstig breiwerk te voorzien. 1 paar kousen is uit het plastic gelaten (er hangt wel een luchtje aan...) om de afbeelding goed te kunnen zien: het betreft een levensboom met 4 zijtakken: dit betekent mogelijk dat de drager van deze kousen 4 zonen had (op een ander stel kousen zijn b.v. maar 2 zijtakken aangebracht).